RK parochie Heilige Titus Brandsma Nieuws

TitusLeerhuisTerugblik Leerhuis met dr. Ruben van Wingerden

Hieronder een verslag van de lezing van dr. Ruben van Wingerden, docent exegese Nieuwe Testament aan de katholieke Tilburg University. Hij is bekend door zijn dit jaar verschenen boek 'Romeinse kruisiging'. De lezing was op woensdagavond 20 november in de Hummezaal van locatie Bennekom.

Door Franca van de Peppel.

Iedereen heeft het zich weleens afgevraagd: wat is er waar van de evangeliën? Wie was Jezus precies, zijn zijn wonderen echt gebeurd, is hij echt gekruisigd en uit de dood opgestaan?

Welnu, dit is een eeuwenoud debat. Er zijn duizenden boeken over geschreven. De oude kerkvaders hadden al vragen, bijvoorbeeld over de oorsprong van de heilige boeken en of de evangelist Johannes dezelfde auteur was als die van Openbaringen.

Vanaf de 17e eeuw, de Verlichting, ontstond een eerste zoektocht naar de ware Jezus. De historisch-kritische methode zocht vol wantrouwen naar het waarheidsgehalte van het Nieuwe Testament. De vooronderstelling was: wonderen kunnen niet.

In de 18e en 19e eeuw deden veel, met name protestantse bijbelgeleerden pogingen om wonderen natuurwetenschappelijk te verklaren. Zoals dat Jezus over een boomstam in het water gelopen zou hebben en niet over het water, dat de vermenigvuldiging van brood en vissen alleen maar aangaf dat de rijke aanwezigen hun voedsel gingen delen, dat Lazarus slechts in coma was geraakt, en dat het lege graf van Christus kwam door lijkroof.

In 1910 verscheen een belangrijk boek van Albert Schweizer, 'The Quest of the Historical Jesus'. Schweizer kwam tot de conclusie dat er evenveel historische Jezussen waren als er bijbelwetenschappers waren.

Twee daaropvolgende Duitse auteurs, Rudolf Bultmann en Ernst Käsemann hadden uiteenlopende visies. Bultmann had een kerygmatische (verkondigende) uitleg: het is om tal van redenen onbegonnen werk om vanuit onze positie van nu alle feiten achter de evangeliën te achterhalen. Ze zijn ook helemaal niet geschreven met dat doel; ze zijn geschreven als verkondiging, als persoonlijke hulp en antwoord voor hier en nu, voor de existentiële nood van de lijdende en sterfelijke mensheid.

Hierop ontketende Käsemann de tweede zoektocht naar de historische Jezus. Hij meende dat er wél historische informatie in de evangeliën te vinden waren, met name op te sporen door ze met elkaar te vergelijken.

Theoloog Edward Schillebeeckx probeerde Bultmann en Käsemann nog bij elkaar te brengen door een historische visie op de drie synoptische evangeliën. Dit zorgde even voor veel onrust, maar rond 1970 is de tweede zoektocht naar de historische Jezus een stille dood gestorven.

Vanaf 1977 kwam er veel aandacht voor de Joodse identiteit van Jezus en ook Paulus. Er verscheen een 900 pagina's tellend boek, 'Het Nieuwe Testament met Joodse annotaties'. Verder is men het er wel over eens dat we uit onze enige werkelijke bronnen, de vroegchristelijke literatuur, geen conclusies kunnen trekken over de historische Jezus.

Waren deze twee zoektochten naar de historiciteit van Jezus dan zinloos? Nou, nee. Ze hebben op tal van terreinen invloed gehad: op hoe kerken kerk zijn, op de bevrijdingstheologie, op een genuanceerdere kijk op bijbelse teksten, meer wetenschappelijke nederigheid, meer aandacht voor symbolische interpretaties van de Schrift (bijvoorbeeld de storm op het meer: water als symbool voor chaos en gevaar), op de oecumenische dialoog, en op hoe kerken relevant kunnen blijven ondanks atheïstische claims. De spanning tussen traditioneel geloof en bijbelwetenschap blijft wel bestaan.

Paus Benedictus XVI heeft in zijn werk benadrukt dat je de volledige Jezus niet kunt bevatten. Hij verwijst naar een boven de spanning uit stijgend niveau, naar een kosmisch kader. Alleen dat doet Jezus' gelaat en zijn almacht recht.

Copyright © 2025 Heilige Titus Brandsma parochie Wageningen e.o. Alle rechten voorbehouden.
Disclaimer & Webmaster