RK parochie Heilige Titus Brandsma Nieuws

uitvaart-paus.jpg – waar verdriet, verbondenheid en hoop elkaar ontmoetten -

Door pastoor Mauricio Meneses Santiago

Het nieuws van het overlijden van onze vader en herder, paus Franciscus, heeft ons allen diep geraakt. Wat een herstel leek – zijn aanwezigheid op Witte Donderdag in een gevangenis in Rome, zijn deelname aan de paasviering, waarin hij ons nog aanmoedigde om de verrezen Christus tegemoet te gaan – bleek uiteindelijk zijn afscheid. Franciscus heeft zijn bestemming bereikt. Hij is nu bij God, onze Vader.

Zijn heengaan is een moment van verdriet, maar ook van hoop. Hij is gestorven midden in de viering van het mysterie van de verrijzenis – midden in de paastijd, waarin wij geloven en vieren dat de dood is overwonnen. In dat licht nemen wij afscheid van hem. We vertrouwen hem toe aan de barmhartigheid van God en laten ons bemoedigen door zijn eigen levensgetuigenis.

Hij was een profeet van de hoop, een herder van de armen, een beschermer van de kleinen. Zijn woorden en gebaren waren gericht op wie in de marge leeft: migranten, gevangenen, daklozen, vergeten mensen. In hem herkenden velen de uitgestoken hand van Christus zelf.

Paus Franciscus droomde van een Kerk die werkelijk het huis van allen zou zijn. Een synodale Kerk, waarin ieder zich geroepen weet, gehoord wordt, meedoet, en waarin het evangelie alle mensen en plaatsen raakt. Hij ging naar de uithoeken van de wereld om juist dáár nabij te zijn, en juist nu – in zijn heengaan – spreekt hij opnieuw tot ons: “Leef vanuit de hoop.”

In die geest wil ik als pastoor met u delen hoe ik deze bijzondere dagen in Rome heb beleefd.

Verslag: Aan de voeten van paus Franciscus – Rome, april 2025

Het was maandagochtend 21 april. Ik stond op het punt om met mijn ochtendgebed te beginnen, toen plotseling het bekende geluid van een nieuwsalert op mijn telefoon klonk. Ik keek... en zag het bericht: paus Franciscus is overleden.

Mijn eerste reactie was: “Hè?! Dat kan niet waar zijn. Gisteren zag ik hem nog op het Sint-Pietersplein lopen en de zegen geven!” Maar ik zei tegen mezelf: het enige wat je nodig hebt om te sterven, is leven. Toen ik het bericht opnieuw controleerde, werd het bevestigd: het was waar.

De week daarop stond er al een bedevaart naar Rome gepland. Ik besloot mijn reis te vervroegen, om als pelgrim deel te kunnen nemen aan de uitvaart. Officieel waren de inschrijvingen voor concelebratie al gesloten, maar ik vertrok vol hoop.

Donderdagavond kwam ik aan in Rome. Rond één uur ’s nachts ging ik naar het Vaticaan, gekleed in mijn soutane, met mijn priesteridentificatie oftewel celebret bij me. Ik dacht dat het rustig zou zijn, maar het plein was druk. Er was slechts één rij, die toegang gaf tot de kist van de paus in de Sint-Pietersbasiliek. De mensen stroomden toe. De liefde was tastbaar: in de rode ogen, in de gebeden, in het zachte Ave Maria, in het fluisteren van “Viva il Papa!”

Met hulp van anderen kon ik binnengaan. Toen ik wilde knielen bij de kist, zei een bewaker hardop: “Avanti, padre.” Iemand vroeg of ik mijn priesteridentificatie -celebret- kon tonen. Ik mocht blijven en meer dan twintig minuten bidden naast het lichaam van paus Franciscus. In stilte legde ik mijn familie, mijn roeping, mijn parochie, onze vrijwilligers en het bisdom in Gods handen.

Wat mij raakte waren... zijn schoenen. Eenvoudig, gedragen. Symbool van zijn manier van leven. In korte tijd had ik aan de voet gestaan van twee kisten: die van mijn broer Wilmar, en die van de paus.

Rond drie uur ’s nachts verliet ik de basiliek. Het plein zelf was inmiddels leeg, stil, bijna mystiek... maar de straten eromheen stonden nog steeds vol mensen. Ik dacht dat ik direct terug zou kunnen keren naar mijn verblijf, maar het liep anders. Mensen uit allerlei landen – sommigen zelfs uit de verste uithoeken van Zuid-Amerika – kwamen naar me toe. Sommigen vroegen om een zegen, anderen om het sacrament van de biecht, of gewoon om een kort gesprek, een luisterend oor, een moment van nabijheid.

Zo verliet ik uiteindelijk het Sint-Pietersplein – gedragen door een diepe verbondenheid. Wat een prachtig familiegevoel, één Kerk die alle talen, rassen en naties overstijgt.

Het was bijna daglicht toen ik eindelijk naar bed ging, mijn hart vol indrukken. Dankbaarheid, pijn, verrassing, vreugde… alles tegelijk. Onbeschrijfelijk.

Ik had me niet kunnen inschrijven voor de uitvaartmis – de officiële inschrijvingen waren vol. Toch keerde ik op zaterdagochtend vroeg terug naar het Sint-Pietersplein, vastbesloten om erbij te zijn.

Het plein en de omgeving waren volledig afgesloten. Overal zag je rijen, massa’s mensen, groepen met toegangspassen, anderen zonder. Er waren meerdere toegangen, maar elke poort was overvol. Het centrum van Rome was hermetisch afgesloten; om van de ene plek naar de andere te komen, moest je als het ware in cirkels lopen – twintig keer langs dezelfde plek, telkens weer tussen hekken, controles en wachtposten.

Ik wist niet hoe ik ooit binnen zou komen. Maar ik besloot te vertrouwen op mijn intuïtie, mijn roeping… en misschien ook een beetje op de heilige chaos van de Geest.

Ik ging door een grote poort, laveerde met respect en geduld tussen de menigte door – en wonder boven wonder: het lukte.

Ik kwam binnen en mocht concelebreren, vlak achter de Romeinse curie.

Dank u, paus Franciscus – voor de ruimte die u ook op deze laatste dag wist te scheppen voor velen.

Wat mij raakte was de eenvoud: dit was niet de begrafenis van een wereldleider, maar van een herder, een volgeling van Christus. Ik ontmoette zuster Genevieva, een persoonlijke vriendin van de paus, die hij in zijn biografie liefdevol “l’enfant terrible” noemde. Ze werkt met daklozen in Rome.

Na de uitvaart vond de begrafenis plaats in de basiliek Santa Maria Maggiore – in kleine kring. Daar waren migranten, daklozen, transpersonen, gevangenen. Precies zoals hij had gewild. Op zijn graf een eenvoudig plaatje met de naam Franciscus en erboven zijn pauselijk kruis, uit marmer uit Ligurië, waar zijn grootouders vandaan kwamen.

Wat me opviel: rechts op het plein stonden wereldleiders, links de kardinalen, en in het midden... de armen en vluchtelingen die hij altijd centraal had gesteld. De liturgie was sober én diepzinnig. Alles ademde zijn pontificaat: eenvoud, barmhartigheid, nabijheid.

Heel Rome was in rouw, maar ook in verwachting. Wie zou de opvolger van Petrus worden in deze verdeelde wereld?

Een nieuwe paus, een nieuw teken: Leo XIV

Als missionaris werkte ik vóór mijn priesterwijding in Colombia en Zuid-Amerika. Ik ken heel goed het leven van de periferie. Daarom was ik dankbaar en blij met de keuze van paus Leo XIV, een augustijner die jarenlang missionaris was in Peru.

Hij is een man van het volk. Hij heeft brood en tranen gedeeld. Zijn woorden raakten me meteen. Zijn verkiezing is geen toeval, maar een teken.

De Kerk moet herinnerd worden aan haar roeping: niet heersen, maar dienen. Niet roepen vanaf tronen, maar luisteren aan de voordeur. Deze paus herinnert ons aan nabijheid, eenvoud, aanwezigheid: ‘In Illo uno unum’('In de Ene zijn wij één').

Ik geloof in een Kerk die opstaat vanuit liefde. En als ik naar paus Leo XIV kijk, maar ook naar alles wat ik heb gezien en beleefd – de inzet van zoveel mensen, de tekenen van hoop, de kracht van gemeenschap – dan weet ik: die Kerk is niet slechts een droom, ze bestaat al. Als wij haar durven leven, wordt zij zichtbaar.

Wie het stof van de periferie heeft ingeademd, vergeet nooit wat écht telt: barmhartigheid, gedeeld brood, herstelde waardigheid. Zo zal zijn wens werkelijkheid worden: Een ontwapende vrede die ontwapent.

Blijf voor paus Franciscus en paus Leo XIV bidden – dat wij als Kerk met hen blijven bouwen aan Gods droom voor de wereld.

 

Pastoor Mauricio Meneses Santiago

 

Copyright © 2025 Heilige Titus Brandsma parochie Wageningen e.o. Alle rechten voorbehouden.
Disclaimer & Webmaster